Wind die weer eens richting wijst
aan huid en haar, zon die naar voetzool
en naar hoofd, mijn kleinste aarde, neigt.
Ik weet zo goed van alle zomerdagen.
Ik werd van twaalf zestien, van eenentwintig dertig,
later, er was wind en zon en altijd water.
Veel is gaan liggen van die wind,
het woelend watervlak, het hitsen van de dagen.
Toch hou ik van dit stil vertragen.
Harry M.P. van de Vijfeijke
winnaar 2015