boot
ik vraag me af of er van mij
na mijn dood
geen kleine boot gemaakt kan worden
ribben als spanten
peddels van schouderbladen
de huid gedroogd en opgespannen
wie neemt mij in de vaart
met de winden mee
naar een overkant
of is sterven als zinken
en mijn boot voortvluchtig
weggevaren uit een indianenverhaal
maak dan maar een tent
Doktertje
je bent jong.
je denkt: het is goed te sterven,
later, wanneer ik vijftig ben en oud.
vandaag, op een hinkstapsprong
van de deadline, vrees je
je vroegere overmoed.
je moet nog zoveel,
er is de onmeetbaarheid
van wat bijlange na niet heel is.
maar je zit te sidderen voor de dood
die wie weet wanneer zal aankloppen.
ongevraagd, onversaagd,
terwijl jij - opgeluchte zucht - bijna vrij
eindelijk zou willen spelen zoals je
dat als kind te weinig mocht:
van cowboy en indiaan
en schipper mag ik overvaren
en na verstoppertje doen we van doktertje,
dát vooral, met geile Monica
van de manege om de hoek
en voor het eerst die geheimzinnige
spanning in je veel te korte broek.